Een boek voor iedereen

De bullshit job, inmiddels een redelijk ingeburgerde term voor werk dat door degene die het uitvoert als nutteloos wordt ervaren. Hoeveel mensen dit gevoel hebben, daar verschillen de meningen over, iedereen is het er wel over eens dat heel weinig leerkrachten het gevoel hebben dat hun werk niks bijdraagt.

Zelf heb ik dat gevoel gelukkig ook niet, sommige momenten voelen echter wel nuttiger dan andere. Kleuters uitleggen dat rollen wc-papier in de pot duwen zo’n troep geeft, kwijtgeraakte fietssleutels helpen zoeken, intermediëren bij meidenvenijn, allemaal zeker nuttig en leuk, maar het zou niet m’n hele dag moeten beslaan. Bijdragen aan de momenten waarop kinderen hun horizon verbreden, het gadeslaan van de trots op soms moeizaam verkregen vaardigheden. Daar draait het voor mij om, dat geeft het gevoel dat het een zinnige dag was.

En ook die momenten kennen weer hun rangorde. Een paar jaar geleden begeleidde ik een jongen met een ongelofelijke afkeer van alles wat met lezen te maken had, en genoeg temperament om dat goed te laten zien. Onderuitgezakt zitten, simpelweg niet gaan lezen, elke vraag doodslaan met het antwoord ‘weet ik niet’. Hij haalde alles uit de kast om te laten blijken dat oefenen met lezen heel laag op zijn prioriteitenlijstje stond.

Een gesprekje en een spelletje, daar staan de meeste kinderen wel voor open. Al snel bleek deze jongen een vervend voetbalfanaat. Drie keer trainen, elk weekend wedstrijden, elke pauze spelen, gescout voor FC Utrecht, zijn leven draaide om voetbal. Nieuwsbegrip schoven we snel terzijde om tijd te hebben voor voetbal, lezen over voetbal.

Een succesvol bezoekje aan de bieb en twee door mij voorgelezen hoofdstukken later was hij om. Oké, voorzichtig enthousiast was hij, over Het geweldige verhaal van Messi. Om de beurt een alinea lezend werkten we ons door het boek, en zijn enthousiasme nam toe. Het bleef dezelfde jongen, en af en toe vermoeid onderuitzakken deed hij nog steeds. Het lijkt me ook best vermoeiend, rekensommen maken terwijl het trapveldje de hele dag naar je lonkt, kom hier, voetbal, beweeg!

Terwijl hij theatraal ineen zeeg na een vermoeiende handvaardigheid les vroeg ik hem wat hij het leukst vond op school. Buitenspelen, gym, en het boek over Messi, luidde het antwoord. Aangezien het er de jongen niet naar was om sociaal wenselijke antwoorden te geven ga ik ervan uit dat hij het meende, en in elk geval één keer de ervaring heeft gehad dat lezen leuk kan zijn.

In de keus van boeken aansluiten bij wat kinderen leuk vinden, het lijkt zo voor de hand liggend, maar hoe doe je dat in de praktijk. Ik moet eerlijk bekennen dat ik, met een hele klas onder mijn hoede, ook weleens tegen de niet zo enthousiaste lezers heb gezegd dat ze maar een leuk boek moesten uitzoeken. Waar vaak niet veel van terecht kwam, want waar begin je als je niet weet wat voor boeken je leuk vindt omdat je nog nooit een boek in handen hebt gehad waar je ’s nachts je zaklamp voor aanknipte onder je deken.

Donalyn Miller, een Amerikaanse middelbare schoolleerkracht literatuur, beschrijft in haar boek, The Book Whisperer, de belangrijke rol die je als leerkracht, maar ook als ouder, kunt spelen in de leesontwikkeling van kinderen. Zij laat al haar leerlingen aan het begin van het jaar uitgebreide enquêtes invullen, over wat ze tot dan toe gelezen hebben en waardeerden, maar vooral ook over hun hobby’s en interesses. Aan de hand van deze informatie kiest ze een stapeltje boeken uit voor elk kind, met een beschrijving erbij waarom ze denkt dat dat boek in de smaak zal vallen. Veel werk, dat zeker, maar het klinkt als een logisch succesrecept. Je kent je eigen kind natuurlijk veel beter dan de juf of meester, dus het samenstellen van een lijstje boeken die je kind wellicht leuk vindt en deze reserveren bij de bieb moet te doen zijn. Veel leesplezier gewenst!

 

Vorig artikelMet de bus
Volgend artikelDe bijzondere woorden van Gioia